Aankondiging symposium: Gezonder oud worden II

Ouderdom komt met gebreken… zo luidt het gezegde. Op 20 juni neemt het symposium ‘Gezonder oud worden II’ als uitgangspunt dat oud worden een cadeautje is waarin je moet investeren.  

Topsprekers: Andrea Maier, Luc van Loon en Ruut Veenhoven

Huisartsen, diëtisten en specialisten uit de ouderenzorg doen bij dit symposium een solide wetenschappelijke basis op over (gezonder) oud worden. Topsprekers zoals prof. Andrea Maier, prof. Luc van Loon en ‘geluksprofessor’ Ruut Veenhoven presenteren hun visie op het onderwerp. En daarnaast zijn er interactieve parallelsessies. Hierbij wordt de kennis uit grote epidemiologische studies vertaald naar praktische adviezen om de gezondheid van ouderen te verbeteren.

Belang diversiteit microbioom voor ouderen

Uit Iers onderzoek blijkt dat vooral bij ouderen die langdurig in instellingen verblijven, een verminderde diversiteit van het microbioom gelinkt is aan een fragiele gezondheid en toegenomen morbiditeit en mortaliteit. Recent onderzoek van het UMCG toont aan dat de consumptie van bepaalde voedingsmiddelen, zoals gefermenteerde zuivel, de diversiteit van het microbioom ten goede komt.

Programma: ondervoeding, sarcopenie, cognitie en veel meer

Een breed scala aan onderwerpen komt langs tijdens het symposium. Zo is er in het programma aandacht voor ondervoeding, sarcopenie, cognitie en voeding, genetica, probiotica, de invloed van leefstijl en woonomgeving op de gezondheid en de ‘Persuit of happiness’; het verband tussen gezondheid, geluk en ouder worden. Want de uitdaging is: gezonder (en gelukkiger) oud worden!

Symposium ‘Gezonder oud worden II’

Datum: 20 juni 2017, 14 – 21 uur
Locatie: Hotel Houten
Organisatie: Yakult en NZO
Accreditatie: Aangevraagd bij oa Cluster 1, NMVDL, AbSg, NVKG, NVMM, AVIG, St. ADAP
Aanmelden: www.bsl.nl/gezonderoudworden

Kosten

De kosten voor deelname aan dit symposium (prijs is inclusief btw, koffie/thee, diner, borrel en congresmateriaal):

  • standaardtarief € 150,-
  • AIOS tarief € 125,-
  • voltijd studententarief € 75,-
  • industrietarief € 500,-

Programma ‘Gezonder oud worden II’

13:30 uur Registratie deelnemers met koffie en thee
14:00 uur Welkom en opening door dagvoorzitter Tom van ‘t Hek
14:10 uur De ingrediënten van gezondheid
Prof. dr. Andrea Maier, hoogleraar Veroudering en internist- ouderengeneeskunde, Vrije Universiteit Amsterdam en The University of Melbourne/The Royal Melbourne Hospital
foto Maier
15:00 uur Ouder worden, ziekte en gezondheid: de darmmicrobiota geeft inzicht 
Prof. dr. Paul O’Tool, hoogleraar Microbial genomics, University College Cork (lezing in het Engels)
15:45 uur Pauze met een hapje en een drankje
16:15 uur Darmbacteriën: een weerspiegeling van onze leefstijl
Prof. dr. Cisca Wijmenga, hoogleraar Genetica en hoofd afdeling Genetica UMCG Groningen
spinoza-2015-cisca-wijmenga
17:00 uur Anabole resistentie
Prof. dr. Luc van Loon, Hoogleraar Fysiologie en beweging, Maastricht University Medical Centre
foto van Loon
17:45 uur Sneak preview: Geluk op leeftijd
Prof. dr. Ruut Veenhoven, Emeritus professor Sociale condities voor menselijk geluk, Erasmus Universiteit Rotterdam, Erasmus Happiness Economics Research Organization
18:00 uur Diner
19:00 uur Interactieve parallelsessies

1. Cognitie en voeding

2. Probiotica: potentieel voor de ouderenzorg

3. Ondervoeding bij ouderen: alleen de eerste lijn?

Op www.bsl.nl/gezonderoudworden staat een beschrijving van alle parallelsessies

20:15 uur Plenaire afsluiting: Geluk op leeftijd
Prof. dr. Ruut Veenhoven
20:45 uur Borrel met een hapje en een drankje

11 voedingsmiddelen en voedingsstoffen die beschermen tegen hart- en vaatziekten

11-voedingsmiddelen-en-voedingsstoffen-die-beschermen-tegen-hart-en-vaatziekten

In Nederland zijn hart- en vaatziekten een van de belangrijkste oorzaken van overlijden. Gezond eten verlaagt de kans op hart- en vaatziekten. De bekende voedingswetenschapper Dariush Mozaffarian (Tufts University Boston) heeft onlangs een overzicht gepubliceerd van alle systematische reviews en meta-analyses naar het effect van voedingsmiddelen en voedingsstoffen op hart- en vaatziekten. Dit overzicht laat zien welke relatie er is tussen specifieke voedingsmiddelen en voedingsstoffen en het risico op hart- en vaatziekten.

11 voedingsmiddelen en -stoffen die beschermen tegen hart- en vaatziekten

Met grote bewijskracht kan worden gesteld dat er voedingsmiddelen en voedingsstoffen zijn die een rol spelen bij het voorkomen van hart- en vaatziekten. De volgende elf voedingsmiddelen en –stoffen hebben een beschermend effect tegen hart- en vaatziekten:

  1. Fruit
  2. Groente
  3. Yoghurt
  4. Peulvruchten
  5. Noten en zaden
  6. Volkoren graanproducten
  7. Vis
  8. Vezels
  9. Omega-3 vetzuren (visolie)
  10. Kalium
  11. Poly-onverzadigde vetzuren

6 voedingsmiddelen en -stoffen die het risico op hart- en vaatziekten vergroten

Dariush Mozaffarian stelde ook vast dat deze zes voedingsstoffen en –middelen een groter risico geven op hart- en vaatziekten:

  1. Rood vlees
  2. Bewerkt vlees
  3. Suikerhoudende dranken
  4. Glycemische lading
  5. Transvetten
  6. Natrium
Referentie
1 Mozaffarian D, Micha R, Shulkin ML, Peñalvo JL, Khatibzadeh S, Singh GM, Rao M, Fahimi S, Powles J, Etiologic effects and optimal intakes of foods and nutrients for risk of cardiovascular diseases and diabetes: Systematic reviews and meta-analyses from the Nutrition and Chronic Diseases Expert Group (NutriCoDE). PLoS One. 2017 Apr 27;12(4

Hoe kweek je sterke botten?

hoe-kweek-je-sterke-botten

Tekst: Rob van Berkel

Welke voedingsstoffen je nodig hebt voor gezonde en stevige botten is bekend. Voedingsstoffen uit verschillende voedingsmiddelen kunnen ook met elkaar interacteren. Dat kan het effect versterken of verzwakken. In The Rotterdam Study is gekeken naar het effect van voedingspatronen op botten.1

Opzet van The Rotterdam Study

In The Rotterdam Study zijn 4.028 mannen en vrouwen van 55 jaar en ouder uit de Rotterdamse wijk Ommoord bijna 15 jaar lang gevolgd. De voeding werd éénmalig nagevraagd met behulp van een voedselvragenfrequentielijst (FFQ). Deze lijst bestond uit 170 voedings-items die waren ingedeeld in 28 verschillende voedselgroepen. De indeling was gebaseerd op de aanwezigheid van overeenkomstige voedingsstoffen of het culinair gebruik ervan (in gemengde maaltijden).

Meten van botdichtheid

Met behulp van een DEXA-scan werden de botdichtheid en botgeometrie (structuur en vorm) in kaart gebracht als maat voor de botsterkte, buigweerstand en botstabiliteit. Daarnaast is het aantal botbreuken bijgehouden aan de hand van huisartsregistraties.

Meest gunstige voedselpatroon voor gezonde botten

Er komen uit de studie twee voedselpatronen naar voren die onafhankelijk van leeftijd, geslacht, gewicht en lengte een deel van de variantie van de botdichtheid en botgeometrie verklaren:

  1. Een voedselpatroon rijk aan groente, fruit en zuivel (melk en yoghurt) was geassocieerd met minder botbreuken, een hogere botdichtheid en buigweerstand en stabielere botten.
  2. Een voedselpatroon rijk aan zoetigheid, dierlijk vet en weinig vlees was geassocieerd met meer botbreuken, bredere botten, een hogere buigweerstand en onstabielere botten.

Conclusie

Een voedingspatroon dat rijk is aan groente, fruit en zuivel verlaagt het risico op botbreuken. Uit de metingen blijkt dat niet alleen het gevolg van een hogere botdichtheid, maar ook door een stevigere structuur en vormgeving van de botten.

Referentie
de Jonge EA, et al. Dietary patterns explaining differences in bone mineral density and hip structure in the elderly: the Rotterdam Study. Am J Clin Nutr. 2017 Jan;105(1):203-211.

Waarin verschilt geitenmelk van koemelk?

waarin-verschilt-geitenmelk-van-koemelk

De laatste jaren neemt de populariteit van geitenmelk toe. Er zijn veel misverstanden over de gezondheidseffecten van geitenmelk. Daarom geeft het Voedingscentrum op haar site antwoord op de vraag: Is geitenmelk beter dan koemelk? De feiten volgens het Voedingscentrum.   

Samenstelling

Allereerst geeft het Voedingscentrum aan dat de samenstelling van geitenmelk veel lijkt op die van volle koemelk. Geitenmelk bevat alleen iets minder jodium. Volle melk, of het nou geiten- of koemelk is, staat niet in de Schijf van Vijf.

Geitenmelk of koemelk: dezelfde voedingsstoffen

Melk en melkproducten leveren veel goede voedingsstoffen. Ze bevatten eiwit en zijn een bron van de vitamines B2, B12 en calcium. Het vet in melk, zowel koemelk als geitenmelk, bevat veel verzadigde vetzuren dat het risico op hart- en vaatziekten vergroot. Daarom raadt het Voedingscentrum aan om magere en halfvolle melkproducten te nemen. Deze producten staan daarom in de Schijf van Vijf. Het is niet bekend of er halfvolle geitenmelk op de markt is te krijgen. Wel is er geitenkarnemelk die minder vet is.

Gezondheidseffecten melk: lager risico op darmkanker en diabetes type 2

Onderzoek naar zuivel is voornamelijk gericht op melk of melkproducten gemaakt van koemelk. Het nemen van (koe)zuivel hangt samen met een lager risico op darmkanker en het eten van yoghurt met een lager risico op diabetes type 2. We weten niet zeker of die effecten ook voor geitenzuivel gelden omdat er weinig onderzoek naar is gedaan.

Geitenmelk beter verteerbaar?

In de supermarkt kun je op sommige geitenmelkproducten de tekst ‘licht(er) verteerbaar’ lezen. Er zijn echter geen wetenschappelijke onderzoeken die aantonen dat geitenmelk lichter verteerbaar is.

Allergie

Mensen met een koemelkallergie kunnen meestal ook geen geitenmelk drinken. Het overgrote deel van de mensen dat allergisch is voor koemelk, is dat ook voor geitenmelk, schapenmelk, paardenmelk, kamelenmelk, buffelmelk en ezelmelk.

Geitenmelk voor baby’s

Kan of wil de moeder door omstandigheden geen borstvoeding geven dan is zuigelingenvoeding een goed alternatief. Alleen bij een allergie voor koe- en dus ook geitenmelk is het advies om hypoallergene zuigelingenvoeding te geven op basis van koemelk. In hypoallergene melk zijn de eiwitten in stukjes geknipt waardoor er geen allergische reactie meer ontstaat. Vanaf 12 maanden kunnen kinderen in plaats van opvolgmelk gewone melk drinken. Dat kan ook geitenmelk zijn in plaats van koemelk. Dat heeft geen nadelige gevolgen, maar ook geen bewezen voordelen.

Buikvet verliezen leidt tot gezondere bloedvaten

buikvet-verliezen-leidt-tot-gezondere-bloedvaten

Tekst: Rob van Berkel

Abdominale obesitas (zwaarlijvige buikomtrek) heeft een ongunstig effect op verschillende cardiometabole risicofactoren. Gewichtsverlies helpt om dat te verbeteren. Daarnaast zorgt het er ook nog eens voor dat bloedvaten beter functioneren. Dat blijkt uit een Nederlandse publicatie in het prestigieuze The American Journal of Clinical Nutrition.1

Onderzoeksgroep met middelomtrek 102-110 cm

De onderzoekers hebben 54 mannen met Abdominale obesitas (AO) gevolgd. Deze mannen hadden een middelomtrek van 102 tot110 cm. Deze groep werd vergeleken met 25 gezonde mannen zonder AO; met een middelomtrek van minder dan 94 cm. Aan het begin en einde van de studie is er bloed afgenomen en zijn er verschillende invasieve metingen verricht voor het bepalen van de endotheelfunctie van de bloedvaten.

Methode van afvallen

De ene helft van de mannen met AO volgde 4 tot 5 weken lang een sterk caloriebeperkt dieet dat bestond uit vloeibare maaltijdvervangers (500 kcal/dag) en eventueel 250 groente of fruit (behalve bananen). Aansluitend volgden ze 1 tot 2 weken een energiebeperkt dieet (1000 kcal/dag). De laatste 1 tot 2 weken was de energie-inname gelijk aan de energiebehoefte. De andere helft van de mannen met AO veranderde niets aan hun voeding.

Voordelen van minder buikvet

Aan het einde van de studie was het gemiddelde gewichtsverlies 10,3 kg. Bij bijna iedereen was de middelomtrek verminderd tot onder de 102 cm. Het viscerale vetvolume nam af met 0,85 liter. Zoals verwacht daalde de bloeddruk en verbeterde verschillende conventionele risicofactoren (het totaal en LDL-cholesterol, triglyceriden, glucose, insuline en HOMA-IR).

Beter functionerende bloedvaten

Interessant genoeg verbeterde ook het vasculair functioneren en een aantal markers voor de endotheelfunctie. Opvallend is dat de markers voor laaggradige ontstekingen niet verbeterden. Aan het einde van het afslankprogramma was het cardiometabole risicoprofiel vergelijkbaar met dat van de deelnemers zonder AO.

Conclusie

Gewichtsverlies kan naast de conventionele cardiometabole risicofactoren ook de functie van de bloedvaten verbeteren. Dit pleit tevens voor het meten van de middelomtrek om gezondheidsrisico’s beter in te schatten.

Referentie
  1. Joris PJ, et al. Diet-induced weight loss improves not only cardiometabolic risk markers but also markers of vascular function: a randomized controlled trial in abdominally obese men. Am J Clin Nutr. 2017 Jan;105(1):23-31.

Voedingswetenschappers gaan gezamenlijk de strijd aan tegen fastfood invasie

De volgende Nederlandse vooraanstaande voedingswetenschappers gaan gezamenlijk de strijd aan tegen fastfood invasie:

(Voedingscentrum)
(Food Cabinet)
(Rijksuniversiteit Groningen)
(Wageningen Universiteit)
(Wageningen Universiteit)
(Universiteit van Amsterdam)
(Wageningen Universiteit em.)
(Youth Food Movement)
(Maastricht University)
(Universiteit Utrecht)
(Vrije Universiteit Amsterdam)
P (Wageningen Universiteit)

Stop vestiging van fastfoodketen op kwestbare plekken zoals scholen en ziekenhuizen.

Het gezamenlijk pleidooi is op 25 april gepubliceerd op de website van het NRC.

Nederland moet over vijf tot tien jaar wereldwijd koploper zijn in gezonde en duurzame voeding. Deze ambitie werd in januari door diverse partijen uit de voedselketen uitgesproken tijdens de Nationale Voedseltop. Het gezonder maken van onze omgeving werd benoemd als prioriteit.

Twee maanden later is Nederland twee grote fastfoodketens rijker. En er kloppen er nog meer aan de deur. Hoe valt dit te verklaren? En wat komt er terecht van de visie om Nederland gezonder te maken?

Vrijwel alle grote fastfoodketens zijn al vertegenwoordigd in Nederland. In het straatbeeld kun je niet om bekende spelers heen als McDonald’s, Burger King, Pizza Hut en Kentucky Fried Chicken. Eind maart opende de eerste Dunkin’ Donuts in Amsterdam, begin april volgde de eerste vestiging van Taco Bell in Eindhoven. Deze ketens hebben het plan om respectievelijk 160 en 20 filialen te openen in Nederland. De komende jaren komen er mogelijk dus 180 zaken met een ongezond aanbod bij.

Door de groei van het aantal zaken met een ongezond aanbod neemt voor de consument de verleiding toe. Dat maakt het lastiger om gezonde keuzes te maken. Zeker als daar nog slimme marketingcampagnes tegenaan worden gegooid. Driekwart van de Nederlanders probeert gezond te eten. Maar als de omgeving steeds ongezonder wordt, is het juist moeilijker om gezond te kiezen.

Dat is ook wat er de afgelopen decennia is veranderd: niet de mensen zijn veranderd, maar de omgeving. We worden voortdurend blootgesteld aan verleidingen en vinden het lastig hier steeds weerstand tegen te bieden. We maken vaak impulsieve keuzes. Bij een overheersend ongezond aanbod leidt dat sneller tot een ongezonde voedselkeuze. De gevolgen daarvan zijn ook zichtbaar. Een op de twee volwassenen heeft overgewicht of obesitas.

Als we willen dat in Nederland de gezonde keuze de makkelijke keuze is, dan betekent dit dat de omgeving gezonder moet worden. In ziekenhuizen en op scholen mag je een verantwoord aanbod verwachten. En ook in de vrije tijd moet de consument makkelijk een gezonde hap kunnen nemen. Diverse organisaties zetten zich in voor het gezonder maken van onze eetomgeving. En ook vanuit de overheid is deze ambitie uitgesproken.

Op de eerste Voedseltop in januari 2017 werd dit bevestigd: „Consumenten moeten binnen vijf jaar op alle mogelijke plekken, zoals supermarkten, horeca, scholen, catering, pretparken, zorginstellingen en onderweg, meer gezond en duurzaam voedsel tegenkomen.”

Dat overheden aan de ene kant de omgeving gezonder willen maken – veel gemeenten hebben een aanpak gericht op het voorkomen van overgewicht – en aan de andere kant de deur openzetten voor fastfoodketens, is controversieel te noemen. Ambities moeten worden omgezet in actie.

Lokale overheden kunnen het voortouw nemen. Gemeenten die de gezondheid van hun burgers hoog in het vaandel hebben, kunnen initiatief tonen om het straatbeeld gezond te maken. Dat kan bijvoorbeeld door het vergunningenbeleid voor eetgelegenheden aan te scherpen. Zitten we echt te wachten op nog een fastfoodketen? Op deze manier ontstaat er een betere balans in het aanbod en wordt de gezonde keuze inderdaad de makkelijke keuze.

National Osteoporosis Society (VK): ‘Drie miljoen jongeren en jong volwassenen brengen eigen gezondheid in gevaar’

drie-miljoen-jongeren-en-jong-volwassenen-brengen-eigen-gezondheid-in-gevaar

De National Osteoporosis Society (NOS) in het Verenigd Koninkrijk maakt zich grote zorgen over de (bot)gezondheid van 3 miljoen jongeren en jongvolwassenen. Uit een enquête is gebleken dat 70% van 18-35 jarigen recent een dieet heeft gevolgd en dat 20% veel minder zuivel is gaan eten. Alarmerend is, aldus de NOS, dat veel jongeren gevoelig zijn voor de boodschappen van gezondheids- en foodiebloggers die vaak (ondanks wellicht goede bedoelingen) ongezonde adviezen geven, zoals het mijden van belangrijke voedselgroepen zoals brood of zuivel.

Toenemende kans op botbreuken en complicaties

Grote zorg van de NOS zijn de gezondheidseffecten als gevolg van het mijden van zuivel door jongeren. Professor Susan Lanham-New (hoogleraar Voeding aan de Universiteit van Surrey): “Het voedingspatroon tijdens het volwassen worden is erg belangrijk, omdat het op latere leeftijd (achter in de twintig) te laat is om de schade door het slechte eten en de daarbij komende deficiënties te voorkomen. Op die leeftijd is het namelijk te laat om goede en sterke botten te bouwen”. Zij geeft aan te verwachten dat jongeren die een slecht dieet zijn gaan volgen in de toekomst de kans op botbreuken en complicaties daarvan doen toenemen.

Lees hier het bericht van de National Osteoporosis Society en hier het bericht van de BBC.

Diëtisten over het mijden van zuivel

De NZO heeft vorig jaar aan voedingskundigen en diëtisten gevraagd naar hun mening over het mijden van zuivel. Hun reacties en hoe je eventueel zuivel gezond kunt vervangen vind je hier.

Esther van Etten: ‘Weet jij wat je eet? Vind de weg in de etikettenjungle’

esther-van-etten -weet-jij-wat-je-eet

In de afgelopen jaren is de aandacht voor voeding enorm toegenomen. De “nieuwe “ media hebben een grote invloed gekregen op de voedselkeuze van de consument. Het etiket biedt uitkomst als je wilt weten waar je voeding vandaan komt en wat er precies in zit. Maar dan moet je wel de weg vinden in de etikettenjungle.

Geen melk, wel kwark

De consument is een stuk kritischer geworden als het gaat om eten en drinken. Dat merk ik zelf ook bij mijn cliënten. Zo is er de laatste jaren veel gezegd en geschreven over melk. Wanneer ik nu een glas melk adviseer, roept dat bij een bepaalde groep cliënten veel weerstand op. Terwijl een bakje kwark bij diezelfde mensen alle goedkeuring kan wegdragen. Maar we weten toch dat kwark gemaakt is van melk? Wie dat niet weet, zou wat vaker naar het etiket kunnen kijken.

Etikettenjungle

De consument heeft veel argwaan gekregen en wil meer en meer weten waar ons voedsel vandaan komt. Dat is volgens mij heel begrijpelijk en ook goed. Het etiket op de verpakking biedt uitkomst. Maar hoe word je wijs uit die etikettenjungle? Welke informatie op de verpakking geeft duidelijkheid over het product en is nuttig om te weten? En welke informatie is alleen maar bedoeld om ons te verleiden tot een aankoop?

Verplicht op het etiket

Omdat ik zelf ook niet meer precies wist wat er op het etiket hoort te staan. Ben ik op onderzoek gegaan. Laten we beginnen met wat de fabrikant verplicht is om te melden op het etiket:

  • de naam van het product
  • het adres en de naam van de producent
  • Ingrediënten
  • e-nummers
  • houdbaarheidsdatum
  • partij-of productiecode
  • voedingswaarde: energie (kj/kcal) en voedingsstoffen(eiwitten, vetten, koolhydraten, vitaminen en mineralen)
  • allergenen
  • voedingsclaims als light of natriumarm

Hoe zit het met claims?

Tot zover is het etiket nog duidelijk. Maar de rest van het rijtje is het lastiger. Want de fabrikant is niet altijd verplicht om te vermelden wat de herkomst is van het voedsel en of er genetisch gemodificeerde organismen (GGO) in zitten. En hoe zit het met de gezondheidsclaims van bepaalde voedingsstoffen, of met beweringen dat een product light of natriumarm is of biologisch geproduceerd.

Over inhoud en herkomst

Er zijn zoveel regeltjes over etikettering, dat ik tijdens m’n zoektocht het spoor vaak bijster ben. Volgens informatie op de site van de rijksoverheid moet een fabrikant melden in welk land of regio het product wordt gemaakt wanneer het meer dan 50% dierlijke bestanddelen bevat zoals vlees, vis of zuivel. Maar wat als je vlees uit een blik koopt, en er staat op de verpakking dat het gaat om 48% varkensvlees en 31% kipseparatorvlees; moet de herkomst van beide soorten vlees dan wel of niet vermeld worden? En volgens diezelfde site moet bij een product dat meer dan 0,9% GGO bevat, dit op het etiket vermeld staan. Alles wat daaronder zit hoeft de fabrikant niet te melden. Dit betekent dat er wel stoffen in het product kunnen zitten, die je misschien juist wilt vermijden.
Termen voor een goed gevoel
In mijn verdere zoektocht kom ik ook termen tegen als vers, mild en fris. Woorden die een goed gevoel geven en op de verpakking staan om de consument ervan te overtuigen dat het product gezond of anders is. De term gezond mag echter niet zomaar op het etiket gezet worden. Terecht, want er is niet één product dat ons gezond houdt. Een gevarieerde voeding kan dat wel. Laat je door die snelle termen dus niet te veel afleiden.

Rijk aan of een bron van?

Wat gezondheidsclaims betreft, bestaat er een hele lijst met wetenschappelijk bewezen gezondheidsclaims. Producenten mogen die claims alleen gebruiken als er een verband is aangetoond tussen een voedingsstof in het product en het effect op de gezondheid. Dat geldt bijvoorbeeld voor producten die bijvoorbeeld rijk zijn aan omega-3 vetzuren of een bron zijn van vitamine B. Op een pak melk kan de producent vermelden dat melk ‘rijk is aan calcium’ en dat het ‘een bron van vitamine B2’ is. Maar wat is nou het verschil? Melk bevat een minimale hoeveelheid vitamine B2, zoals is vastgelegd in Europese regelgeving. Daarom mag het ‘een bron van’ genoemd worden. Wanneer een product ‘rijk is aan’ moet het product meer van die voedingsstof bevatten. Zo is melk rijk aan calcium, omdat melk ten minste tweemaal de minimale hoeveelheid calcium bevat. Dat is ook vastgelegd in diezelfde Europese regelgeving.

Biologische keurmerken

Op het etiket kun je ook zien of iets milieubewust is geproduceerd. Zo geeft het EKO keurmerk aan dat het product afkomstig is van de biologische landbouw. Voor die producten zijn geen chemische bestrijdingsmiddelen, kunstmest of genetisch gemodificeerde zaden gebruikt en is de werkwijze diervriendelijk. Dit is een bewuste keuze die je zelf kan maken.

Regulier of traag groeiend?

Het Beter Leven keurmerk is in het leven geroepen door de dierenbescherming om de vee-industrie diervriendelijker te maken. De term trager groeiend ras op een verpakking kipfilet , moet ons duidelijk maken dat het hier gaat om een kip die langer leeft en sterker is dan de reguliere vleeskuikens. Deze trager groeiende kip verdient 1 van de 3 sterren die een product kan krijgen. Als je het belangrijk vindt om het dierenleed te verzachten, houdt dan dit keurmerk in de gaten.

Lijstje met eigen criteria

Wat mijn zoektocht duidelijk maakt, is dat het etiket een wirwar van informatie bevat maar dat het ons ook van veel informatie kan voorzien. Als je er de tijd voor neemt. Mijn tip: maak een lijstje met criteria waaraan een product voor jou moet voldoen. Dit kan dierenwelzijn zijn, minder gebruik van bepaalde e-nummers, geen genetisch gemodificeerde ingrediënten etc. Lees goed wat er op de verpakking staat voordat je het product in het karretje of mandje doet, en maak je eigen keus!

esther_van_ettenEsther van Etten is sportdiëtist met een eigen praktijk aan huis en een praktijk gevestigd in Sport Medisch Centrum Fysiomed te Amsterdam. Daar begeleidt ze onder andere (top)sporters, waaronder profvoetballers. Ervaring met het begeleiden van jeugdsporters deed ze op bij voetbalclubs AZ en FC Volendam. Esther maakt verder deel uit van het begeleidingsteam van de nationale roeiselectie. Zelf is Esther een fanatieke hardloopster en geeft ze voor haar plezier een aantal uren per week hardlooptrainingen aan haar cliënten.

Populariteit brood neemt af, zuivel steeds vaker op ontbijttafel

De populariteit van brood en crackers als ontbijt lijkt in de afgelopen vijf jaren te zijn afgenomen. Zuivel staat daarentegen steeds vaker op de ontbijttafel. Dat blijkt uit onderzoek van onderzoeksbureau Novio Research deed in samenwerking met Campina

Een kwart slaat ontbijt over

Het onderzoek van Novio Research richtte zich op de Nederlandse ontbijtgewoonten; wat eet men ’s ochtends vroeg, en hoe? Een kwart van de Nederlanders slaat het ontbijt over. Als er wel ontbeten wordt, gebeurt dat bij voorkeur aan de keukentafel of op de bank. Opvallend is dat een op de vijf Nederlanders televisie kijkt tijdens het ontbijt.

De zes opvallendste onderzoeksresultaten op een rij:
1. Een op de vijf Nederlanders kijkt televisie tijdens het ontbijt.
2. Zuivel staat steeds vaker op de ontbijttafel, brood en crackers minder vaak.
3. Een kwart van de Nederlanders slaat het ontbijt nog steeds over.
4. Een meerderheid van de Nederlanders ontbijt uit gewoonte.
5. Het merendeel van de Nederlanders besteedt maximaal vijf minuten aan het bereiden van het ontbijt.
6. Sportend Nederland ontbijt het liefst vóór het sporten.

Infographic_HoeOntbijtNederland_Campina

Bank populaire plek voor ontbijt

Naast televisiekijken zijn ook ‘niets doen’ (17,8%), het lezen van de krant (13,4%) en praten met vrienden, familie of collega’s (13,8%) veelgenoemde ‘bezigheden’ tijdens het ontbijt. Voor ongeveer een derde van de ondervraagden is de bank de favoriete ontbijtplek.

Zuivel vaker op ontbijttafel

De populariteit van zuivel als ontbijt lijkt toegenomen in de afgelopen vijf jaar. Brood en crackers worden nog steeds verreweg het meest gegeten tijdens het ontbijt, al blijkt uit dit onderzoek dat de populariteit afneemt. Ook is gevraagd naar het ultieme guilty pleasure ontbijt, met als opvallende keuzes onder andere het broodje kroket of rookworst, champagne, donuts en sushi.

Ontbijten vóór het sporten

Een kwart van de ondervraagden slaat het ontbijt nog steeds over. Doordeweeks zien Nederlanders het ontbijt voornamelijk als een gewoonte (60,8%) en een bron van energie (41,2%). Ruim de helft van de ondervraagden sport minimaal één keer per week, waarbij een meerderheid doorgaans voorafgaand aan het sporten ontbijt. Snelheid is ook een factor van belang voor ontbijtend Nederland en niet alleen als er moet worden gesport. Bijna de helft van de ondervraagden besteedt maximaal vijf minuten aan het klaarmaken van het ontbijt. Of het weekend is, lijkt voor veel Nederlanders niet veel uit te maken: ruim een kwart trekt er op zaterdag en zondag slechts zes tot tien minuten voor uit.

Over het onderzoek

Campina voerde dit onderzoek uit in samenwerking met onderzoeksbureau Novio Research. Het onderzoek is uitgevoerd onder 533 respondenten in de leeftijd van 20 tot en met 65 jaar.